Home 
 De Sumatra 
 De Sumatra kriel 
 De Satsumadori 
 De Shamo 
 De Minohiki 
 Verzorging 
 Vererving 
 Aviaire Influenza 
 Foto's 
 Links 
 Vraag en aanbod 
 Gastenboek 
 Gamefowl art 
 Langstaartforum 
De Minohiki 蓑曳矮雞


      Foto: Minohiki Shojo kleurig. Foto gemaakt door Knut Roeder.

De Minohiki is volgens de Japanse rasstandaard ontstaan in de Midden Japanse prefectuur Aichi en Shizuoka. Letterlijk vertaald betekent de naam: zadelbehangsleper (日本鞍羽拖曳雞) (Mino = zadel en hiki = slepen) In Japan is het ras (net als oa. De Satsumadori en Onagadori) verklaard tot cultureel erfgoed en er gold een straf op uitvoer van dieren of eieren. Tot op de dag van vandaag is het nog steeds een zeldzame verschijning (zelfs in Japan) Omdat er daardoor maar zo weinig dieren Europa doordrongen was de Europese basis erg mager waardoor inteelt een serieus probleem werd. Dieren werden krap ouder dan 2 en het was dan ook noodzakelijk voor het handjevol fokkers hier om in te kruisen met oa. Yokohama (een afstammeling van Minohiki) Inmiddels hebben een paar fokkers weer een solide basis weten op te zetten, die qua type bijna helemaal goed zijn, maar qua kleur nog wat werk vereisen.

 




   Koppel Shojo Minohiki's op een show in Japan. Onbekend wie de fotograaf is.

Voorgestelde standaard voor Minohiki: Vertaald uit teksten van Marc King!!

      • Kam haan: Een drierijige of walnootkam in verschillende vormen, grootte mag verschillen, hoewel een kleine, fijne kam geprefereerd wordt. In de Provincie van oorsprong in Japan overheerst de bekerkam (Chalice kam)   (In Japan wordt een bekerkam geprefereerd, dergelijke kammen worden in Europa soms als te grote of abnormale walnootkam gezien en kunnen als uitsluitingsfout gezien worden.)
      • Kam hen: In de lijnen waarin de bekerkam overheerst mag deze gemiddeld van formaat zijn, maar hoe fijner hoe beter.   (Europees gezien)
      • Snavel: Gemiddeld in lengte, stevig en mooi gebogen.
      • Gezicht: Vol, glad tot vlezig. De vlezige types mogen niet te rimpelig worden zoals bij Yamato, maar naarmate dieren ouder worden wel sprekender.  (Rond 1930 bestonden er weldegelijk types met een vlezig gezicht a la Yamato, echter na de wereldoorlog zijn deze verdwenen.)
      • Ogen: Licht rood-bruin tot oranje. (parelogen komen voor, maar zijn niet gewenst)
      • Kinlellen: Als deze aanwezig zijn moeten deze dieprood zijn. Liefst zo klein mogelijk en fijn van textuur.
      • Kop: Gemiddeld in lengte en grootte, schedel een natuurlijke, matige bolling.
      • Hals: Gemiddelde lengte, mooi gebogen. Halsbehang lang, vol en ruim over de schouders hangend.
      • Rug: Vrij lang, opgerichte houding, breed bij de schouders. In een licht aflopende lijn door naar beneden waar het bij de staart weer omhoog gaat. De lengte van de rug en de volle bevedering geven het een mooi gevuld uiterlijk. In feite loopt de kop-rug-staart lijn is een lichte 'S' vorm , hetgeen heel typerend is.
      • Zadelbevedering: Extreem lang en overvloedig, waarbij bij een volwassen haan de zadelveren over de grond slepen nog achter het lijf. Deze bevedering gaat door op het lijf tot onder de vleugels en vormen samen met de staart een fraai gewaad van veren. Pas vanaf een jaar of twee begint er flink lengte in te komen. Ervaring leert dat dieren met een gedeeltelijk NM (non-molting) gen de betere staartpartijen ontwikkelen.
      • Staart: Hoofdstaart. Lang en breed en over elkaar heen vallend. Liefst zo'n 80-120 cm lang, langer is niet gewenst. Is behoorlijk verborgen achter de zadelveren en zet de holle vorm van de rug voort. Hoofdsikkelveren: Dubbel, stevig van textuur, slepend over de grond (op z’n minst 80 cm achter het lijf) Staart moet niet geknepen zijn. Een volle slepende staart is gewenst, maar niet overdrijven in lengte. Ondergeschikte Sikkelveren: Meerdere rijen geconcentreerd rond de vetbult bij de staartbasis. Waardoor het het geheel een vol aanblik geeft. Overvloedig en erg lang, ook zeker zo’n 80 cm achter het lijf. Dekveren: Matig breed en matig qua stevigheid. Moeten de grond halen en het liefst ook slepend zijn.
      • Vleugels: Groot, goed gevouwen onder een lichte hoek gedragen dicht tegen het lijf aan.Lopen door tot de onderbenen. Mooi gebogen, strak en prominent. Dekveren: Veren breed, vormen 2 duidelijke banden over de vleugels. Primairen: Breed, lopen geleidelijk bollend naar achteren, volledig verborgen door de secundairen. Secundairen: Matig breed en sterk. Punten verborgen door de zadelveren.
      • Borst: Breed, vol hooggedragen en iets voorover hangend.
      • Lichaams- en donsveren: Matig lang, stevig. Strak aanliggend. Dons is matig van lengte, niet afhangend.
      • Loopbenen en tenen: Geel. Bij een vooraanzicht staan de poten duidelijk goed uitelkaar in het midden van het lijf, zodat ze een goede houding en ballans hebben vanwege de volle, lange en zware staart. Loopbenen gemiddelde lengte. De tenen zijn lang en goed gespreid.
      • Gewicht: Haan: circa 2500 gram, hen circa 1800 gram (jonge dieren 1350-200 gram)
      • Kleurslagen: Akasasa (wildkleur), Shirosasa (Zilverwildkleur), Kisasa (Goudwildkleur), Go-Shiki (Vijfkleur), Taihaku (Wit) en Shojo (Geel-zwartstaart)


"Minohiki variety"
 
Orgineel olieverfschilderij door Prof. Mitzui 1923. Gefotografeerd door Kenji Kimata.



Shirosasa Minohiki op een show in Japan. Ongekend mooie kwaliteit!!! Foto: Knut Roeder.

Zoals het Japanners betaamd kent ook Minohiki meerdere types. Vele verschillende maar met een aantal vaste punten gemeen met elkaar. In Japan ziet men graag de gekleurde driehoek op de vleugel, waardoor de vleugels hoogedragen worden. Dit is bij alle varianten herkenbaar. Er is veel verschil in de kammen, in de volheid en lengte van de staarten. Sommige Minohiki's zijn zo klein dat het krielen lijken , terwijl anderen er als extra langstaartige Satsumadori's uitzien. De aanwezigheid van kinlellen varieert en daarmee ook de vorm ervan. De oogkleur varieert van parel oog tot oranje rood. En ook de koppen met expressie varieren van Yokohama looks tot Ko-shamo looks.
 
Hieronder een paar illustraties door Marc King:
 



Links: Top Minohiki in Japan. Foto Julia Keeling
Rechts: Minohiki King line. Foto Marc King




Fokprogramma Gallantin lijn.


In November 2007 heb ik een kleine fokgroep vanuit Italie gekregen.
 
Het dier links op de foto is een heel duidelijk voorbeeld van een Minohiki waar Satsumadori is ingekruisd voor het versterken van het gestel.
Satsumadori is heel geschikt geweest voor deze actie omdat beide rassen voortkomen uit Shamo en Shoukoku kruisingen en dus qua genenbron erg dicht bij elkaar liggen. In het dier links zijn van beide rassen kenmerken zichtbaar.


Dit jonge haantje (op het fotomoment bijna 1 jaar oud) heeft al de kop-rug-staart lijn die zo typisch is voor Minohiki. Voor de fokker is dit de F2.
Voor mij wordt dit P om mee te beginnen. Over een jaar is pas wat te zeggen over de staartpartij (had nu al langer kunnen zijn als hij niet bij een verenpikker had gezeten. )Ook Minohiki groeit tot ruim het 2e levensjaar door. Ook heeft dit dier een bekerkam